Wij hebben altijd honden en katten gehad. Honden in alle soorten en maten, honden met stamboom en honden zonder. We hebben onze kinderen altijd geleerd om van dieren te houden en ze te respecteren. Vanaf de leeftijd van respectievelijk 4 jaar en 10 maanden hebben onze zoon en dochter samengeleefd met onze eerste hond, Layca. Ze konden met haar knuffelen en spelen en deelden hun eten met haar. Layca was een kruising (we weten niet van welke rassen) en was waaks, intelligent, braaf en ze had grote oren en kon heel goed opschieten met “haar” kinderen.

 

Onze familie, bestaande uit Luis, mijn man en onze, inmiddels volwassen, kinderen Luis, Virginia en Rogrigo, hebben 30 jaar gezelschap gehad van onze trouwe honden. 30 Jaar plezier maar ook zorgen; vooral wanneer deze nobele huisgenoten oud en ziek werden. Dan komt de tijd om een pijnlijke beslissing te moeten nemen en afscheid van ze te moeten nemen.  Onze weg samen met hen eindigt daar en ze lopen het laatste stukje alleen verder, ons achterlatend met een grote leegte in ons hart. We houden onszelf voor dat we allemaal van ze gehouden hebben en we hebben teruggegeven wat zij ons gaven, ook al waren we in het begin onbekenden voor ze.

 

Sommige mensen, die er op het oog uitzagen als ieder ander, hebben hen jarenlang gevoerd en voor ze “gezorgd”. Op een dag besloten ze dat deze prachtige honden niet meer voldeden en namen beslissingen over leven en dood van hun honden. In het beste geval brachten ze hen naar shelters. Shelters vol met honden in dezelfde omstandigheden. In het slechtste, wreedste geval worden de honden gedumpt in de straten. De honden wachten uren op de terugkomst van degene die tot voor kort hun “baasje” was. Ze gaan zwerven, op het platteland en in de steden. Ze hebben dorst, honger en verdriet en begrijpen niet waar ze dit aan te danken hebben. Tijdens hun zwerftocht lopen ze het risico dat ze aangereden worden. In het “gunstigste”geval zijn ze direct dood, in het ergste liggen ze dagenlang gewond in de goot. Veel automobilisten stoppen niet om te zien of er een dierenarts nodig is of om de hond naar de dierenarts te brengen om hem uit zijn lijden te verlossen.

 

Ik schreef hierboven al dat deze afgedankte honden hun vertrouwen in de mensen ondanks alles niet hebben verloren en de vreemden die uit hun auto stappen en bij hen gaan zitten vertrouwen. Ze laten zich aanhalen en “begrijpen” dat deze onbekende persoon het beste met hen voorheeft. Kom maar dichterbij, ik doe je geen kwaad. Laat me je helpen. Ruik maar even aan me, ik duw je niet weg, hoe groot je ook bent. Ik ben niet bang van je ook al grom je naar me en laat je je grote tanden zien. Ik weet dat je me niet wil bijten. Ik weet dat je bang bent en dat je honger hebt en dorst. Ik weet dat de nachten koud zijn en eindeloos lijken. Ik weet dat je strelende handen mist en boven alles weet ik dat je, ondanks alles, heel veel liefde te geven hebt. Liefde die onze familie je terug zal betalen.

 

Ook al zijn ze bang en zijn velen mishandeld, ze blijven het vermogen houden om te geven. De honden die we onderweg vinden en die beslissen om toch bij ons in de auto te springen, geven wederom hun vertrouwen. Voor dat blijvende vertrouwen in de mensheid kunnen en mogen we ze niet aan hun lot overlaten.

 

Virginia